Toelichting
Dit lied is in 1996 geschreven voor een doopdienst in de Studentenkerk.
Deze was bijzonder, omdat er met de dopelingen veel kinderen meekwamen die
niet eerder in de Studentenkerk waren geweest. Om verschillende redenen is
het dan onwenselijk om al die kinderen gedurende de hele dienst in de
grotemensenkerk te houden. Enerzijds brengen ze de rust in het gedrang,
anderzijds is de academische sfeer niet aan de kinderen besteed.
Belangrijker is, dat het apart werken met de kinderen de kans geeft om hen
een waardevolle bijdrage aan de doop zelf te laten verzorgen.
Het lied Water, water! is geschreven om in deze opzet te passen.
De kinderen komen pas bij de eigenlijke doop in de grotemensenkerk, terwijl
ze in het eerste deel van de dienst apart bijeen zijn in de pastorie.
Zodoende is er gelegenheid om met hen de tekst te lezen en het liedje in te
studeren - dat dus noodzakelijkerwijs zeer kort en eenvoudig moet
zijn.
Om deze reden zingen de kinderen het refrein, terwijl de volwassenen
- die immers kunnen lezen - drie coupletten zingen. Het klaterende
water wordt verbeeld in de vierhandige pianopartij. Door het refrein tevoren
aan de kinderen toe te sturen, kunnen ze het thuis al een beetje oefenen.
Toelichting bij de partituur
De muziek bestaat uit drie coupletten waarin allerlei eigenschappen van
water worden genoemd; het derde couplet betreft vooral die eigenschappen die
met mensen te maken hebben - waarvan de laatste dopen is. In het
refrein trekken de kinderen de conclusie: ze juichen het water toe. Melodie
en ritme van het couplet zijn weinig geprononceerd, waardoor het refrein van
de kinderen des te uitbundiger is. Het couplet wordt eerst vierstemmig door
het koor gezongen, daarna door allen, voorzien van een lange reeks
toonladders in de primo van de piano.
Hoewel couplet en refrein eenvoudig te zingen zijn, is het lied als
geheel tamelijk onorthodox als gevolg van de gekozen toonsoort, waardoor
onverwachte klankeffecten ontstaan. Hiervoor is een foutloos uitgevoerde
pianopartij essentieel.
Het couplet wordt herhaald; eerst zingt het koor het vierstemmig (B),
daarna het volk eenstemmig (C) met toonladders in de piano. Eventueel
kan overwogen worden dit herhalen achterwege te laten. Men schuift dan de
vierstemmige koorpartij (B) en de toonladders van de primo (C) in
elkaar. Eventueel kan men ook de complexiteit opvoeren: eerste couplet
vierstemmig koor, tweede couplet allen éénstemmig met primo-partij,
derde couplet vierstemmig met gemeente en primo.
|