Kinderkerk Studentenkerk Nijmegen!Kinderkerk

Studentenkerk
Nijmegen
Terug naar nulniveauKinderkerk
Terug naar niveau 1Paasspelen
 
Menu Brood voor onderweg leeg
Brood voor onderweg:
synopsis 
script 
lied:
God, wat ben je groot!
techniek:
de zelfsplijtende Schelfzee
fotoverslag 2006
Zoek in Kinderkerk

Brood voor onderweg: script

Vastgelopen tegen de SchelfzeeOnderstaand script bevat de teksten en regieaanwijzingen die gehanteerd zijn in het kinderpaasspel "Brood voor onderweg", Pasen 2002 en 2006 in de Studentenkerk Nijmegen. 

Zie verder de synopsis en het fotoverslag.

U kunt het script en de partituur ook downloaden.


0. Vooraf

Lied inoefenen

1. In de woestijn

1.1 De uittocht, de vreugde

De kinderen zitten in de woestijn. Tussen hen in zitten Mirjam, Bartias, Hestra, en Mozes. 
Mirjam staat op, met haar tamboerijn al in de hand.

Mirjam

Daar zitten we nou, in de woestijn.
Kijk: zand, cactussen, niks.
Daar zou je niet willen zitten hč?

Maar zal ik jullie wat vertellen?
Ik vind het hier heerlijk!

Want je moet weten waar we vandaan komen.

Egypte, het land van de koning Farao.

Slaven waren we daar.
We moesten werken, dag en nacht.
Stenen bakken voor Farao.
En zelf maar zien hoe we aan ons eten kwamen.

Ze wijst naar Mozes

Maar Mozes heeft God te hulp geroepen.
En God hielp.

Farao wou ons niet laten gaan. 
Mozes heeft laten zien hoe geweldig God is. 
God kan alles!

Tien keer wou Farao het niet geloven. 
Tien keer heeft God laten zien, dat Hij alles kan.

En toen heeft Farao ons laten gaan. 
En weg zijn we! 
Naar het land dat God ons beloofd heeft! 
Hoera!

Lied, alleen met eerste couplet

1.2 De honger en de angst

Bartias en Hestra zijn ook opgestaan.

Bartias

Ja Hestra, dat zeg jij nou wel, dat het zo fijn is,
maar ik heb wel honger.

Hestra

Ik ook, nou je het zegt.
En ik ben wel een beetje bang.
De woestijn is groot en er groeit helemaal niks.
Wie moet ons eten geven op die reis?

Bartias

We gaan het Mozes maar eens vragen.
Die heeft ons hierheen gebracht.

Ze wenden zich naar Mozes.

Bartias

Daar heb je het al Mozes,
dat heb je knap gedaan.

Ons wegvoeren uit Egypte, dat kon je wel.
Maar nu? Wat moeten we eten? Cactussen?

In Egypte hadden we tenminste nog wat te eten.
Maar hier zullen we sterven van de honger.

Mozes

Ik heb de weg gewezen, die God aangeeft.
Ik heb vertrouwd op God, en God heeft ons geholpen.
We zijn goed weggekomen.

Jij moet ook vertrouwen op God, Bartias.
Dan zul je zien dat God er ook voor jou is.

Mirjam

Mozes zegt wijze dingen, Bartias.
Het geldt voor jou, voor iedereen.

En die honger... Het kan veel erger.

Ze wijst naar het kruisbeeld

Ken je die man uit Nazareth? Jezus?
Wat die niet heeft doorgemaakt...

1.3 Jezus in de tuin

Bij het kruisbeeld, enigszins afzijdig van de plaats van handeling tot nu toe, zit Jezus op een steen.

Jezus

Toen ik werd geboren, was ik al lang verwacht.
Een engel ging mij vooruit
Een ster wees waar ik was
Koningen kwamen me groeten.
En het goede nieuws ging de hele wereld rond.

Maar ik was maar een gewoon kindje.
Armoedig, in oude lappen, in een voerbak, in een stal,
zo werd ik geboren.

Ik leerde de wetten kennen
en ik leerde de mensen kennen.

Ik ging met de mensen praten.

"Begin een nieuw leven", zei ik.
"Maak je geen zorgen over je huis en je kleren en je eten.
Vertrouw op God en leef zoals God het wil."

En ik zei:
"Help de mensen om je heen.
Help ze met je hart, en niet met een zuur gezicht.
En laat niet aan iedereen zien hoe goed je bent."

En ook zei ik:
"Wees aardig tegen mensen die je kwaad willen doen.
Als je ruzie hebt, moet je niet vechten maar het weer goed maken."

Ze hielpen, die woorden van liefde.
De mensen konden weer lopen, ze konden weer zien.
Ze konden weer van elkaar houden.

Hij zucht en raapt een takje van de grond en zwaait er zachtjes mee.

Zondag kwam ik aan in Jeruzalem.
Overal mensen langs de weg.
Hun jassen als een duur vloerkleed op de grond.

Alsof er een nieuwe koning kwam!

Alleen... ze zwaaiden en juichten voor mij.
Hosanna! Riepen ze.
Hosanna, red ons!

Maar ik ben geen koning van macht.
Ze zullen zich tegen me keren.
Ze gaan roepen dat ik weg moet, dood, aan het kruis.

Het zal moeilijk worden, heel moeilijk.

Maar ik vertrouw op God,
mijn God, die ik mijn vader noem.
Hij zal mij niet in de steek laten.

1.4 De soldaat

Er komt een soldaat binnen. Hij maakt een overweldigende indruk maar laat tegelijkertijd blijken dat hij weet dat hij geen geweld zal hoeven gebruiken: wat hij zegt, dat gebeurt. Hij stapt recht op Jezus af. Jezus staat rustig op.

Jezus

U komt me halen.
U komt niet uit uzelf;
Ze hebben u gestuurd om mij te halen.

Soldaat

Dus U bent de nieuwe koning?

Jezus

U zegt het zelf.

Soldaat

En U bent de Zoon van God?

Jezus

Ook dat zegt u zelf.

Soldaat

Dat is genoeg; ik arresteer U.

Laat de rechters over u oordelen.
Laat de keizer over u oordelen.
En laat het volk over u oordelen.

Hij neemt Jezus bij een arm en geleidt hem voor zich uit naar een donkere hoek in de kerk, waar ze uit het zicht verdwijnen.

1.5 Brood voor onderweg verzamelen

Mirjam

Zag je dat?
Hij weet wat er gebeuren gaat
en toch is hij niet bang.

Want hij weet dat het goed zal komen.

Bartias

Maar ik weet dat nog helemaal niet zo zeker.
Wat heb je aan dat vertrouwen als je honger hebt?

Hestra

Ik kan me niet voorstellen dat we hier ooit nog uitkomen...

Mozes

We moeten verder op de weg die God ons gewezen heeft.
We gaan naar het land waar het goed zal zijn.
We zullen het nog moeilijk krijgen.

Maar God zal bij ons zijn.
Als je God zoekt, is hij er al.

Bartias

Jaja, maar zo kunnen we niet verder de woestijn in.
We moeten brood hebben voor onderweg.

Mirjam

Maar Bartias, heb je niet gehoord wat Mozes zegt?
Je ziet Gods hulp als je er naar zoekt.

Misschien moet je eerst om je heen kijken.

Bartias

Waar. Wat bedoel je nou? Ik zie niks. Zand, cactussen. Niks te eten.

Op wonderbaarlijke wijze blijkt er ineens een mand met broodjes te staan. Hestra ziet hem het eerst, of nog beter, zorgt dat de kinderen hem vinden.

Algehele vreugde. Mirjam stelt voor om het lied nog eens te zingen

Lied, met couplet 2

1.6 Brood inpakken

Bartias

Okee, nu we brood hebben, nu kunnen we wel gaan.

Hestra

Ja maar Bartias, 
je neemt brood toch niet zo mee onderweg.
Je moet het inpakken.

Mozes

Dit brood is ons brood voor onderweg.
Het is het brood van ons vertrouwen.
Dat vertrouwen moeten we laten zien.

Hestra

We gaan het zo inpakken,
dat we dat laten zien.

Hestra heeft al een uitgewerkt voorbeeld bij zich. 
Met een donderwolk en een zonnetje op ongeveer de goede plekken.

Kijk.
Aan de ene kant tekenen we wat er voor naars kan komen.
Honger, ruzie, bang zijn, misschien wel vechten.

En aan de andere kant tekenen we hoe goed het zal gaan.
Gezond zijn, een huis hebben, eerlijk zijn, vrede voor iedereen.

Mirjam

Ja, dat vind ik een prachtig plan.
We pakken ons brood in met ons eigen vertrouwen.
Ga gauw aan de slag allemaal,
dan kunnen we straks op weg.


Kinderactiviteit

De kinderen nemen elk een broodje, gaan ermee naar de tafels achter in de kerk, en vinden daar servetten en viltstiften.

Maar wat moeten ze nu tekenen? Dat laten we expres een beetje in het midden. Want ze hebben niet voor niets vaders of moeders bij zich. Die zijn middels het liturgieblaadje uitgenodigd daar over na te denken en hun kinders te adviseren.

Daar staat:

Geachte 12-plussers, 
De kinderen gaan hun brood voor onderweg op gepaste wijze verpakken, namelijk met een blijk van vertrouwen.
Aan de ene kant komen de kwade tijden, aan de andere de goede vooruitzichten. Dat kunnen diep doorwrochte gedichten zijn, maar ook een donderbui en een bloemetje.
Het geheel moet dan dichtgemaakt worden met een straks losmaakbare knoop, en dat moet dan weer aan een stuk touw opdat ze er 40 jaar mee door de woestijn kunnen lopen.
Helpt u hen waar nodig?

2. Op weg & de zee door

2.1 De tocht door de woestijn

Iedereen is weer terug tussen de cactussen, nu met ingepakt brood voor onderweg.

Mirjam

Hebben jullie allemaal je brood bij je?
Goed ingepakt?
Kunnen we dan gaan?

Mozes zal ons de weg leiden.
De weg naar het land waar het goed zal zijn.

Maar het zal een lange tocht worden.

Mozes leidt de kinderen vrijwel de hele kerk rond. Totdat ze vastlopen tegen de Schelfzee. De piano speelt het lied, instrumentaal.

Marlieke & Emérence zorgen dat de ouders aan de oevers van de Schelfzee komen te staan, opdat zij getuigen kunnen zijn van het wonder dat zich aanstonds zal voltrekken.

2.2 Farao en de tocht door de Schelfzee

Bartias

Daar staan we nou, Mozes.
Dat heb je knap gedaan.

In Egypte mochten we nergens naar toe.
Maar hier kúnnen we nergens naar toe...

De piano verzorgt een zeer laag faraonisch gerommel in de verte.

Hestra

Hoor je dat?
Zie je die stofwolk?

Dat is het leger van Farao!
Hij komt ons achterna!

Met zeshonderd zware strijdwagens!
Met twaalfhonderd snelle paarden!
Met tienduizend sterke soldaten!

En we kunnen geen kant uit!
Ze komen ons vermoorden!

Het gerommel klinkt nog een keer, nu harder

Bartias

Daar heb je het nou, Mozes.
Dat heb je knap gedaan.

In Egypte hadden we tenminste nog een graf.
Maar hier zal niemand ons begraven.

Mirjam

Jullie zijn slappelingen!
Waar is jullie vertrouwen?

Kijk eens naar Mozes!
Hij zal ons de weg wijzen!

Mozes

Ik kan alleen de weg wijzen,
die God aangeeft.

God wijst iedereen de weg,
maar je moet er wel om vragen.

Als je God zoekt, is hij er al.
Zien jullie het licht van God?

Bartias

Ik zie niks.

Bartias kijkt de verkeerde kant op, namelijk naar achter. Mirjam kijkt wel naar voren. Aan de overzijde van de Schelfzee staat de Paaskaars. 

Idealiter wacht Mirjam tot de kinderen zelf de kaars zien en doorhebben dat dat het licht is.

Mirjam

Ja! Het licht!

Hestra

Ik zie het ook.
Maar het schijnt over de zee...
We gaan toch niet dat water in?

Bartias

We zien dat licht niet voor niets.
Het zal goed gaan.
Kom, we gaan.

Mozes strekt zijn staf uit over zee, die terstond begint te splijten. Met zijn staf houdt hij als het ware de zee open, terwijl de kinderen de eerste stap zetten. Pas dan gaat ook de rest van de zee open. Het volk trekt door de zee heen. De zee gaat achter hen meteen weer dicht.


3. Aan de overkant

Marlieke & Emérence & Mozes zorgen dat de ouders nu rond het verhoog komen te staan en niet aan de oevers van de Schelfzee blijven hangen.

3.1 De triomf van Mirjam

Mirjam

Wat geweldig! We zijn vrij!
We zullen de Egyptenaren nooit meer terug zien!

Laten we zingen om God te bedanken.

Lied, met couplet 3

Mirjam

Maar weet je, wíj zijn er nu wel doorheen gekomen...
Maar hoe zou het Jezus vergaan zijn?
Die was toch meegenomen door die soldaat...

3.2 Het lijdensverhaal door de soldaat

De soldaat staat verslagen bij het kruis. Helm af, lans op de grond.

Soldaat

Te laat. Het is te laat.
Verschrikkelijk.

We hebben hem vermoord.
Wij, soldaten, rechters, iedereen.

Ook al die mensen die eerst nog met die takken zwaaiden.

Die riepen nou om het hardst:

Weg met hem! Dood! Aan het kruis!

We hebben hem aan het kruis gehangen.

Eerst hebben we hem nog gepest.
Een kroon op zijn hoofd gezet.
Niet van goud. Van stekeltakken. Lachen!

Dat 'lachen' is cynisch: de soldaat spreekt immers op uitgesproken droeve toon.

En een bordje erbij: Jezus, onze koning. Lachen!

Ik heb hem nog te drinken gegeven.
Geen water, nee, azijn! Lachen!

En toen ging hij dood. Echt.

Al drie dagen lang is het doodstil.

We hebben hem vermoord,
Jezus van Nazareth,
die met de mensen sprak,
die ze vertrouwen gaf,
waardoor ze weer konden lopen en konden zien
waardoor ze weer van elkaar gingen houden.

En dat komt nooit meer goed.

3.3 Jezus' verrijzenis

De soldaat blijft met de handen voor zijn ogen staan. Mirjam stapt naar hem toe.

Mirjam

Ik kan het niet geloven, soldaat.
Denk je echt dat Jezus voorgoed van ons weg is?

Hij had zelf zo'n groot vertrouwen...

Ze wendt zich tot de kinderen

Misschien moeten we beter zoeken.
Als je God zoekt, is hij er al, zegt Mozes.

Soldaat, doe je ogen eens open,
kijk eens om je heen,
ook jij kan zien...

Jezus verschijnt heel onopvallend, op zo'n manier dat eerst alleen sommige kinderen het zien.

Mirjam

Ik wist het wel, Jezus, dat je nog bij ons bent.

Jezus

Bij iedereen, die me zoekt.
Ook bij jou, soldaat.
Altijd, overal.

Mirjam

Maar Jezus,
Wat moeten we doen,
om aan iedereen te vertellen dat je er altijd bent?

3.4 Het breken en delen van het brood voor onderweg

Jezus

Je moet het brood breken en delen
alsof je jezelf uitdeelt.

"Kijk eens, dit brood, dat ben ik.
Het is mijn lichaam.
Ik geef mijzelf aan jullie.
Helemaal, voor altijd."

En zo moeten jullie ook doen,
voor alle mensen om je heen.

Je deelt het brood dat je hebt met hen.

Ze zullen het nodig hebben,
het brood voor onderweg.

Je geeft hun er vertrouwen mee,
om door de ergste honger te komen,
door de zwartste zee te gaan,
en door de donkerste nacht.

Nu breken de kinderen hun brood voor onderweg en delen het met alle mensen die in de kerk zijn. 

Daarna komen ze weer bij elkaar voor de afsluiting: het  lied compleet.

Lied, met couplet 4, refrein herhaald door allen.

 
Kinderkerksitelogootje
© Willibrord Huisman 1990-2013
Reacties? Vragen? Graag!
Deze website bevat spel, tekst, muziek, opnamen en verslagen
van 22 jaar Kinderkerk in de Studentenkerk
van de Radboud Universiteit Nijmegen