Kinderkerk Studentenkerk Nijmegen!Kinderkerk

Studentenkerk
Nijmegen
Terug naar nulniveauKinderkerk
Terug naar niveau 1Paasspelen
 
Menu De mensenvissers leeg
De mensenvissers:
synopsis 
bijbelteksten
lied De goede vis 
fotoverslag 2004 
 
alle downloads 
2010:
foto's bootbouw 
 
1998:
De Mensenvisser:
synopsis
script
verslag 
Zoek in Kinderkerk

De Mensenvisser: script

Dit betreft de 1998-versie van het spel.
Bekijk ook de nieuwe versie uit 2004.
 

Onderstaand script bevat de orde van dienst, teksten en regie-aanwijzingen, die gehanteerd zijn voor de kinderpaasviering "De Mensenvisser", pasen 1998 in de Studentenkerk Nijmegen. Zie verder de synopsis.

De tekst is geschreven door Willibrord Huisman in overleg met de gehele kinderkerkgroep.

Opening van de viering

____________________
Opening van de viering

Midden in de kerk is een ruim strand aangelegd. Op het strand zitten de kinderen. Er om heen staan in een hoefijzervorm stoelen voor de ouders. Tussen het strand en de stoelen is voldoende ruimte om een kringspel uit te voeren. Aan het open einde van het hoefijzer ligt het verhoog, dat het meer van Tiberias bij nacht voorstelt. Daarop ligt een verveloze vissersboot waarvan de kinderen de bakboordzijde zien. Achter op het verhoog staat vanzelf het kruisbeeld.

In de boot zitten de vijf leerlingen m/v, gekleed in grauwe kleren. Ze zijn somber, moe en moedeloos, en ze staren in gedachten voor zich uit of kijken wezenloos in het water in de hoop een vis te zullen zien.

Op het strand is een vuurtje aangelegd. Dit brandt nog niet. Kunstig er in verwerkt zijn zeven kaarsen, opdat het branden kan zonder rook te veroorzaken.

Op het strand loopt een vreemdeling in een wit gewaad. Hij heeft de kinderen bij het binnenkomen welkom geheten en hen als een gastheer begeleid naar hun krukjes.

Het wordt stil. De vreemdeling steekt de kaarsen aan en gaat zitten, starend in het vuur.

Instrumentale muziek: blokfluit solo en/of met gitaarbegeleiding: de melodie van het kringspel

____________________
Andreas: de roeping van enkele vissers

Tumult in de boot. Er wordt (aan bakboordzijde) een net opgehaald. Er zijn zeker drie leerlingen mee bezig. Duidelijk moet zijn, dat vissen niet makkelijk is; hier niet zo zeer omdat het net zwaar is maar omdat je moet oppassen dat het niet scheurt of in de knoop raakt.

Pas als ze het net boven hebben merken ze dat het wr helemaal leeg is. De leerlingen gaan bedrukt zitten, Andreas blijft staan met het net in zijn handen. Hij spreekt voor zich uit in de richting van de kinderen, zonder hen te zien.

Andreas: Het lijkt wel alsof niks meer lukt. Wr we het net ook uitgooien, we vangen geen enkele vis. En we zijn de hele nacht al bezig!

Met Jezus erbij was dat wel anders. Geen vissen, mensen! Ontelbaar veel mensen!

Ik zie ons nog staan, drie jaar geleden, mijn broer Simon Petrus en ik. Hier, in net zo’n bootje op het meer. Aan het strand stond een vreemdeling. We kenden hem niet.

"Kom achter mij aan!", riep hij. "Dan zul je voortaan mensen vissen!"

Mensen vissen? Dat begrepen we niet. Maar we zijn wel meteen meegegaan.

En wat hebben we veel mensen opgevist.

Drenkelingen, mensen die bijna verdronken waren. Maar we hebben ze niet uit het water gevist: ze waren overal. En overal waren ze bijna verdronken.

Zieke mensen, bange mensen, moe mensen. Mensen die er niet meer bij hoorden, mensen die overal werden weggejaagd, mensen die geen weg meer wisten.

Mensen die niks kregen van anderen, mensen die niks gaven aan anderen, mensen die niet durfden delen.

Jezus, de mensenvisser, hij viste ze op.
Hij raakte ze aan… en ze waren weer gezond.
Hij keek naar ze… en ze konden weer zien.
Hij sprak met ze… en ze durfden weer mens te zijn.

Tijdens het vertellen van dit verhaal is hij weer wat opgefleurd. Vooral de laatste alinea komt er bijna juichend uit. Hij gaat rustig zitten in de boot.

De vreemdeling gaat rechtop zitten en spreekt de kinderen aan. Idealiter komt er een kort gesprek op gang over het mensenvissen.

Vreemdeling:
Hebben jullie dat gehoord? Doen jullie dat ook wel eens, iemand opvissen? Als je kleine broertje gevallen is? … En word je zelf wel eens opgevist?

Het gesprek loopt over in een uitnodiging om mee te doen aan het kringspel.

Kringspel, eerste keer
Het kringspel is een liedje met gitaarbegeleiding dat hand in hand in een kring wordt gezongen waarbij loop- en armbewegingen de tekst ondersteunen.

Visser vang je niks vannacht?
Vaar je wel in’t goede water?
Werp je wel de goede netten?
Vis je wel de goede vis?

Werp je net, werp je net,
werp het aan de and’re kant!
Mensen, mensen zul je vangen,
drenkelingen, drenkelingen;
breng ze veilig naar het land.

De kinderen gaan weer zitten. In de boot wordt zwijgend het net weer uitgegooid.

____________________
Martha: de broodvermenigvuldiging

Martha: Zouden we nu wel wat vangen? We zullen toch minstens wat moeten eten. Of gaan we honger lijden? Geen vis, geen brood, geen Jezus.

Als je bij Jezus was, dan had je geen honger. Er was genoeg voor iedereen, altijd.

Hij kon zo goed praten, het was zo nders wat hij vertelde, het ging over God, het ging over mensen, over ons. Iedereen verstond hem, iedereen begreep hem. Jezus, het kind van God.

We zaten daar met ontzettend veel mensen. Wel vijfduizend! Mannen, vrouwen, en ontelbaar veel kinderen. Al drie dagen lang hadden we naar zijn woorden geluisterd en ze opgenomen in ons hoofd en in ons hart.

Maar toen het tijd was om naar huis te gaan, toen was het te laat om nog eten te kopen. Er was trouwens ook geen winkel in de buurt.

Toen zei Jezus: wat hebben jullie te eten bij je? We keken rond. Vijf broden, en een paar vissen. Dat was alles, voor vijfduizend mensen!

En toen ging het met die broden en vissen net als met zijn woorden. Hij nam de broden, bedankte God, en brak ze in stukken.

Ze doet voor hoe Jezus het brood in zijn handen nam en brak.

We moesten het uitdelen. En je wist het meteen: het zou genoeg zijn voor iedereen. Daar kon je op vertrouwen.

Vijfduizend mensen hadden te eten, ruim te eten, mr dan genoeg. En toen ze uitgegeten waren, verzamelden we wat er over was. Er was ontzettend veel over.

Zoveel, dat je zou zeggen: er was genoeg voor alle mensen die er nog niet bij waren. Voor de hele wereld!

Want Jezus bracht het nieuws van God voor de hele wereld.

Lied: middendeel uit: En Jezus was een visser… (Lenard Cohen / Rob Crispijn)
gezongen door Franca

En Jezus was een visser,
Die het water zo vertrouwde,
Dat Hij zomaar over zee liep,
Omdat Hij had leren houden
Van de golven en de branding,
Waarin niemand kan verdrinken,
Hij zei: "Als men blijft geloven,
Kan de zwaarste steen niet zinken".
Maar de hemel ging pas open,
Toen Zijn lichaam was gebroken
En hoe Hij heeft geleden,
Dat weet alleen die visser aan ’t kruis
En je wilt wel met Hem meegaan,
Samen naar de overkant
En je moet Hem wel vertrouwen,
Want Hij houdt al jouw gedachten in Zijn hand.

Het net wordt voor de tweede keer opgehaald; het gaat nog moeizamer, en het is wr leeg. Deze keer blijft Filippus staan.

____________________
Filippus: de storm op het meer

Filippus: Toch moeten we niet opgeven. Jezus zou dat ook niet doen. Als je maar vertrouwen hebt, zei hij dan.

Ik weet het nog goed. Het was hetzelfde meer, en net zo’n boot. Jezus was gaan slapen, vr in de boot.

Het begon te waaien. Eerst een beetje, toen steeds harder. De lucht werd helemaal zwart en de golven werden hoger en hoger. De boot werd alle kanten op gegooid, het zeil scheurde en het roer brak. Het water kwam naar binnen...

Nog n zo'n golf en we zouden zinken.

En Jezus lag daar maar te slapen. Alsof er geen enkel gevaar dreigde.

Maar de golven werden nog hoger en de wind ging nog harder.

Toen hebben we hem wakker gemaakt. Red ons toch! riepen we. We zinken!

Hij keek ons verbaasd aan. "Waarom zijn jullie bang? Ik ben er toch? Vertrouwen jullie mij niet?"

En dat was al genoeg. We hadden ons vertrouwen weer terug.

Hij keek om naar het water.
De wind ging liggen.
De golven bedaarden.
Het water was spiegelglad.

Vreemdeling:
Nou nou… dat was griezelig h. Zijn jullie wel eens bang?

Zo ongeveer neemt de vreemdeling het gesprek met de kinderen weer op. Uitgaande van de twee voorgaande verhalen zou het gesprek uit moeten komen op het begrip ‘vertrouwen’; het vertrouwen dat de leerlingen in Jezus hadden, en het vertrouwen dat de mensen(kinderen) in zichzelf mogen hebben. En van daar het vertrouwen dat de vissers wordt toegewenst om nogmaals het net uit te gooien.

Kringspel, tweede keer

De kinderen gaan weer zitten. In de boot wordt zwijgend het net opnieuw uitgegooid.

____________________
Simon Petrus: het lijdensverhaal, de verloochening

Het is enige tijd stil, doodstil. Ineens kraait in de verte een haan. Simon Petrus springt op en houdt zijn handen voor zijn oren. Pas als hij zeker weet dat de haan is opgehouden laat hij zijn handen weer zakken.

Simon P.: Ik kan er niet tegen… Elke keer als ik een haan hoor, moet ik er weer aan denken.

Jezus had het me voorspeld. "Simon Petrus, nog vr de haan kraait zul je mij verraden. Want je zult zeggen, dat je mij niet kent. En niet n keer, drie keer!"

Dat was op die avond, dat hij voor het laatst het brood met ons gedeeld heeft. Hij bedankte God, brak het in stukken, en gaf het aan ons, alsof hij zichzelf weggaf.

Toen hebben ze hem gepakt en geslagen en opgehangen aan het kruis. Hij is een afschuwelijke dood gestorven.

Hij wijst naar het kruisbeeld en buigt zijn hoofd in stilte.

En diezelfde nacht nog, net zo’n stille nacht als nu, heb ik hem inderdaad verraden.

Het was koud. Er zaten mensen rond een vuurtje.

"H, jij hoorde toch ook bij die Jezus", zei een meisje. Ik haalde mijn schouders op. "Ik weet niet waar je het over hebt."

"Jawel, jij was n van zijn leerlingen," zei een ander. Ik schudde mijn hoofd. "Nee, ik niet. Je zult iemand anders bedoelen."

"Toch hebben we jou er bij gezien", zeiden er toen een paar. Ik stampvoette van kwaadheid. "Nee!" riep ik, "ik ken die Jezus helemaal niet!"

En toen…

De haan kraait opnieuw. Simon Petrus grijpt naar zijn oren. Weer wacht hij tot hij zeker weet dat het stil is.

Misschien komt het nog goed. Jezus is er immers nog. Overal, als je hem maar zoekt. Bij een vuurtje in de vroege ochtend, misschien?

En als ik hem dan zie, dan zal ik vertellen hoe erg het me spijt, drie keer! En hij zal me vergeven.

Lied: ‘Kom, sta op’ (Paasviering 1997) gezongen door enkele kinderen

Kom! Sta op! Wat zit je bij die steen?
Kijk eens goed, kijk eens goed om je heen;
Dan zie je wie je kwijt bent, en je bent niet meer alleen.

Je weet het als je deelt en als je doet als Jezus;
Je weet het als je zegt tegen een ander: "het is goed"
Je weet het als je ziet hoeveel een mens kan geven;
Je weet het als je Jezus in een mens ontmoet.

Kom! Sta op! Wat zit je bij die steen?
Kijk eens goed, kijk eens goed om je heen;
Dan zie je wie je kwijt bent, en je bent niet meer alleen.

Het net wordt voor de derde keer opgehaald; wr is het leeg. Maria Magdalena staat op.

____________________
Maria Magdalena: de opstanding

Maria Magdalena:
Leeg… een leeg net, een leeg graf…

Het was net zo’n ochtend als nu. Paasmorgen, de zon was al bijna op. Ik ging naar het graf waar ze de dode Jezus al vast in hadden gelegd.

Maar… Het graf was leeg… De steen was weggerold, en Jezus was weg…

Ik zat daar maar, op die steen. En ik huilde. Want er was niks meer van over, van onze Jezus. Alleen een leeg graf en een steen. Ik moest zo verschrikkelijk huilen.

Er stond een man voor me; ik kende hem niet.

"Waarom moet je zo huilen?" vroeg hij.

"Ze hebben mijn Jezus weggehaald!" zei ik. "En ik weet niet, waar ze hem gelaten hebben."

Toen zei hij "Maria!". Hij kende me!

En toen herkende ik hem pas. Het was Jezus!

Ik kon het nauwelijks geloven. Hij was gestorven aan het kruis, hij was begraven in een graf… En nu is hij toch weer bij ons!

Ik ben het meteen aan alle anderen gaan vertellen. Jezus is weer bij ons!

En ze keken om zich heen, en ze wisten dat het waar was. Je kon het zien! Waaraan? Aan het licht, misschien. Of aan het brood dat we delen. Of aan de mensen om ons heen.

Als je goed kijkt, dan zie je het. Het is niet voorbij; Jezus leeft! Voor altijd, voor iedereen.

Vreemdeling:
Dat is Pasen h, dat we vieren dat Jezus er altijd nog is. En dat hij de mensen helpt die op hem vertrouwen. Wat denk je, zou hij de leerlingen helpen met hun visvangst? En wat zouden ze gaan doen met die vissen?

Het gesprek loopt over in een uitnodiging om nog een keer het kringspel te spelen.

Kringspel, derde keer

____________________
De visvangst, herkenning en vergeving, de maaltijd, het paasvuur.

De kinderen en de vreemdeling blijven aan de rand van het meer staan. De vreemdeling roept over het water

Vreemdeling:
H, vrienden! Hebben jullie soms wat te eten voor ons?

Andreas: Nee, niks! We hebben de hele nacht gevist en de hele nacht niks gevangen!

Vreemdeling:
Werp het net uit aan de andere kant van de boot! En kom dan hier, dan is er genoeg voor ons allemaal.

De leerlingen kijken eerst ongelovig. Maar dan gooien ze het net uit, aan stuurboord, tevens de kant waar het kruis staat. Meteen roepen ze het uit van vreugde: het net zit boordevol. Deze keer hebben ze nog veel meer moeite om het binnen te halen, maar nu alleen maar omdat het zwaar is. In opperbeste stemming weten ze het net in de boot te krijgen, zonder dat deze zinkt.

Simon Petrus springt in het water en rent op het strand af. De anderen komen er achteraan, zeulend met het volle net. Hij omhelst de vreemdeling drie maal, nadrukkelijk, zonder woorden. Ook de anderen begroeten de vreemdeling hartelijk: ze weten wie het is, maar ze zeggen het niet.

Allen gaan zitten; de vreemdeling blijft staan. Hij neemt een paar vissen uit het net (de vissen zijn 153 broodjes in de vorm van een vis).

Vreemdeling:
Die week begon met 'Hosanna, Red ons'
Die avond werd het Paasmaal gegeten
Die nacht zou Jezus gevangen worden
De volgende dag aan het kruis gedood
Om daarna in de mensen te leven.

Jezus deelde het brood uit
en hij zei: dit ben ik.
Ik geef mijzelf aan jullie;
eet er maar goed van.

En toen zei hij:
doe dit, als je wilt dat ik onder de mensen ben,
en dan zal ik er zijn.

Het brood wordt gedeeld in stilte. Ook de vaders en moeders krijgen wat. Als iedereen eet, wordt er nagepraat over de viering. Wat vonden jullie het spannendste? Had je dat gedacht, dat dat net zo vol zou komen? Wie is die vreemdeling eigenlijk?

Als iedereen genoeg gegeten heeft, zegt de vreemdeling dat we nog lang niet klaar zijn; we moeten nog wat den. Hij deelt kaarsen uit. Dan haalt hij een kaars uit het vuur.

Vreemdeling:
Jezus is het licht van de wereld. Hij ging voor ons uit met Gods boodschap van vrede, vertrouwen en vergeving. Laten wij hem volgen en zijn licht verder dragen, de wereld in.

De kinderen krijgen kaarsen en steken die aan aan die van de vreemdeling. Hij loopt voor de kinderen uit naar buiten. Daar wordt het echte paasvuur aangestoken en voor de laatste keer het kringspel gespeeld.

Kringspel, slot van de viering

 

pagina: 1998
 
Kinderkerksitelogootje
© Willibrord Huisman 1990-2013
Reacties? Vragen? Graag!
Deze website bevat spel, tekst, muziek, opnamen en verslagen
van 22 jaar Kinderkerk in de Studentenkerk
van de Radboud Universiteit Nijmegen