|
|
Beschrijving
Het lied Een kind, een licht is geschreven voor een
doopdienst die in de Nijmeegse Studentenkerk plaatsvond op het feest
van de opdracht in de tempel (2 februari). De ouders van de dopelingen
namen deze lezing, en daaruit met name de profetieën van Simeon en
Hanna, dankbaar aan als thema van de doopdienst. Het lied slaat de
brug tussen de schriftlezing en de doop.
De omstandigheden bij deze dienst boden de kans om van het lied
iets moois te maken. Twee meisjes van 5 en 8 jaar waren, als goede
vriendinnen van doopouders en dopelingen, graag bereid om bij te
dragen aan het feest. Tegelijkertijd waren er veel goede zangers onder
de aanwezigen, zodat het ongeoefend zingen van een canon geen probleem
kon zijn. Aldus werd het zingen van het lied eerder een gezamenlijke
gebeurtenis dan een uitvoering, en daar ging het om.
De vorm van het lied is een dialoog tussen de kinderen, die
zichzelf zijn, en de gemeente, die namens Simeon en Hanna spreekt. De
kinderen stellen vragen: de eerste referereert aan de schriftlezing,
de tweede vraag maakt de stap van het kind in de tempel naar alle
kinderen, de derde vraag gaat over de doop van de dopelingen. Het
antwoord op de derde vraag omvat de drie gebruikte symbolen
- water, zalf en licht - en de woorden die aan de dopelingen
worden meegegeven. Door het hele lied heen is licht het
terugkerend motief.
De muzikale vorm is die van een rustig walsje, eerst klein en
aarzelend als de kinderen zingen, dan groots als de gemeente zingt. In
de overgang van de kinderpartij naar de gemeentepartij zit een
maatwisseling die het walsritme breekt, waardoor de partij van de
gemeente daarna des te weldadiger inzet. Het derde couplet wordt
herhaald in een tweestemmige canon in tertsen, waarbij de pianist zich
naar believen en naar vermogen kan uitleven. Al met al een vorm die op
de rand van de kitsch balanceert, maar die daardoor in een feestelijke
dienst van muziekliefhebbers prachtig werkte.
Willibrord Huisman, februari 1997
|